DagBoek

Gunter

Op het moment van schrijven is Gunter al lang en breed de boterbloemen omhoog aan het duwen. Zijn dagboek is in mijn bezit. Ik lees er geregeld in en post en af en toe passages uit zijn werken.

Over Het Dagboek

Om het heden te kunnen begrijpen en meer betekenis te geven, moet je de geschiedenis kennen. Dat wordt ons onmogelijk gemaakt. We leven in tijden waarin hele episodes van onze geschiedenis zijn herschreven om te kunnen voldoen aan de normen van inclusiviteit en diversiteit. Niet alleen dat maar onwelvallige stukken geschiedenis zijn geschrapt of staan om het punt geschrapt te worden. We leven in een tijdsvacuüm. Er is een eeuwigdurend ‘nu’ ontstaan. De geschiedenis is vertekend, vergeten en verloren. Onze toekomst is schimmig, onzeker en onduidelijk. Het zou een welhaast boeddhistische gedachte zijn, ware het niet dat het niet de verlichting biedt die deze levensvisie veelal beloofde.  

Voor De Grote Kentering was er de VolksZiekte. Bijna twee jaar van blinde paniek, doffe ellende en vele sterfgevallen. Deze kwam voort uit blind idealisme en ongetwijfeld goedbedoelde intenties. Het is allemaal vergeten en gewist. In obscure boekwinkels van weleer kon je soms nog een schrijfwerk vinden van onbekende auteurs en kleine uitgeverijen die het – zij het in beperkte oplages – aandurfden om deze kennis aan de man te brengen. Sommige mensen gaven eens iets in eigen beheer uit. Dat koste veel geld en leverde veelal niets tot bijzonder weinig op. Dit soort boeken duiken heel af en toe op bij de ondergrondse en zijn van onschatbare waarde. Ze staan vol met goed bewaarde geheimen en pareltjes van kennis over vervlogen tijden. Het spreekt voor zich dat je je leven op het spel zet door zo’n boek in je bezit te hebben. 

Heb je er één in je bezit, dan houd je dat voor je. Mensen die echt een geheim kunnen bewaren, vertellen het aan niemand. Dat maakt het pas echt een geheim. Zodra je het deelt, zelfs met iemand die heel dicht bij je staat, dan is het geen geheim meer. Je geeft je lot uit handen. Een gedeeld geheim wordt al snel een publiek geheim. Het worden geruchten die gaan rondzingen. Er wordt gespeculeerd en mensen uiten vermoedens. Dat zijn de momenten dat het gevaarlijk wordt, want een bezoek van de staatspsychologen is op dat moment gegarandeerd. Zelfs in de ondergrondse kun je beter niet alles vertellen. Ratten liggen altijd op de loer en het kan in de donkere gangen enorm galmen. 

Er is zijn momenten dat je zou kunnen overwegen om iemand in vertrouwen te nemen: als je bijvoorbeeld de dood in de ogen kijkt. Dan heb je niks meer te verliezen. Eén persoon, en niet meer, neem je dan in vertrouwen. Als je sterft dan is het weer een geheim dat hopelijk veilig is. Of wellicht geef je het door in de wetenschap dat het na je dood iemand zijn leven in de waagschaal legt om het publiekelijk bekend te maken. Ze kunnen je niks maken als je ten dode bent opgeschreven. Niemand kan Rita meer iets maken.  

Rita stierf in mijn armen. Een week voor haar dood gaf ze mij zo’n boek. Ik heb het stukgelezen. Gehuild, gevloekt en gehoopt dat het niet waar was. Het zijn gebeurtenissen waar ik in mijn hele leven nooit over had gehoord. Scholen onderwijzen het niet. Uiteraard. Niemand die ik ken heeft er ooit een woord over gesproken. Logisch. Het is door middel van vakwerk uit het collectieve geheugen verwijderd. Mijn handjevol contacten aan de binnenkant van de grote, grijze gebouwen, konden mij verzekeren dat het waar gebeurde feiten zijn. Aan de binnenkant weten ze alles. Nou ja, alles. Hoe ik aan die kennis ben gekomen, heb ik ze niet verteld, want ík kan wel een geheim bewaren. 

Ik ben een schim; ik besta niet meer. Al mijn gegevens zijn zorgvuldig gewist, dus ik geniet een betrekkelijke immuniteit. Wie weet heb ik in de toekomst de kans om hier dieper op in te gaan. Momenteel ben ik te druk met mijn werkzaamheden voor het verzet. Het kost bijna al mijn tijd en energie om mijn eigen hachje veilig te houden. Alhoewel ik op papier niet besta en de computers vrijwel niks over mij weten, weten de Staatspsychologen dat wel. Tegenstrijdig genoeg zorg ik daar zelf voor.  

Met deze kennis uit het verhaal dat voor je ligt ben ik altijd uiterst voorzichtig geweest. Maar morgen kan mijn dood zijn. Wie weet heb ik me vergist en kan het in het voordeel werken van het verzet. Wellicht draagt het wel bij aan de verandering waar velen van ons zo naar smachten. Ik heb geselecteerd uit de vele passages van het dikke boek dat ik min of meer van buiten ken. Niet alles wat Gunter schreef was pure proza of relevant. Sommige stukken waren onduidelijk en leken mij niets toe te voegen. Het is, ondanks mijn omissies, een leesbaar verhaal van de man die een zeer moeilijke tijd beschrijft uit de geschiedenis van het volk.  

Was getekend, 

Casey Mint